Hakkō Ryū Jūjutsu, of de “Jūjutsu-School van het Achtste Licht”, is het geesteskind van shodai Sōke Okuyama Ryūhō. Hij bracht zijn visie op de Japanse verdedigingskunsten voor het eerst naar buiten in 1941, de oude tradities van budō daarmee hernieuwend. Zijn belangrijkste inspiratie was Daitō Ryū (waar ook Aikidō zijn oorsprong vond). Hij stelde drie kenmerken voorop: niet uitdagen, geen weerstand bieden en niet kwetsen.
De volledige naam van de stroming is overigens Nippon Bugei Shigoshin dō Hakkō Ryū Jūjutsu (日本武芸司護身道八光流柔術) en betekent zoveel als “Japanse School voor Zelfverdedigingskunsten van het Achtste Licht”.
De stijl dankt zijn naam aan een metaforische interpretatie van het kleurenspectrum. Het achtste licht is onzichtbaar voor het blote oog maar buitengewoon krachtig, net als de technieken van Hakkō Ryū.
Haar technieken zijn een combinatie van Daitō Ryū met ideeën uit de oude Chinese geneeskunde — de heelmeester kan zijn kennis ook omkeren — al moeten we deze tradities wel enigszins nuanceren met hedendaags wetenschappelijk begrip. Ze doen intense, maar onschadelijke pijn ontstaan om de wil van een aanvaller te breken. Het doel is om hem te neutraliseren, controleren en te ontmoedigen met een minimum aan kracht en met maximale efficiëntie. Okuyama-sensei creëerde zijn systeem in de overtuiging dat succesvolle toepassing van techniek alle fysieke kracht overstijgt. Tijdens een Hakkō Ryū-training wordt je neiging om jezelf schrap te zetten en je spierkracht te gebruiken ontmoedigd ten gunste van soepelheid en flexibiliteit. Achter elke techniek schuilen meerdere principes, of gensoku die kracht compenseren en teniet doen.

De basis van Hakkō Ryū kent geen vaste verdedigingsvormen (gericht op een veelheid aan mogelijke situaties). In plaats daarvan worden de gensoku doorgegeven met speciaal daarvoor ontworpen technieken. De overdracht van leraar naar leerling gebeurt mondeling (kuden) en rechtstreeks. Deze werkwijze onderscheidt het systeem van zijn voorganger Daitō Ryū Aiki Jūjutsu.
De principes veroorzaken geen kwalijke overbelasting van de gewrichten, maar eerder een soepele buiging ervan. Dit vereist minder kracht, moet moeilijker te weerstaan zijn en brengt scherpe pijn teweeg. De Atemi, stoot- en slagtechnieken, van Hakkō Ryū zijn geënt op de beginsels van Koho Shiatsu, een vorm van Japanse vingerdrukpunt-therapie die Okuyama zelf ontwikkelde, om vitale punten op het lichaam te raken.
Niet uitdagen
De technieken van Hakkō Ryū zijn ontworpen met menswaardigheid in gedachte. Ze mogen slechts aangewend worden voor zelfverdediging. Studenten leren weliswaar hoe ze moeten aanvallen, maar doen dit zuiver en alleen om de context van een techniek te kunnen begrijpen, het zou al te makkelijk zijn om enkel een zwakke aanval te leren pareren. Alleen bij uitermate buitenproportionele dreiging mogen ze overgaan tot technieken die kwetsuren kunnen veroorzaken.
Als beoefenaar van Hakkō Ryū kun je een belager immobiliseren met een krachtige techniek. Vanwege de defensieve fundamenten van de school zijn haar technieken niet geschikt voor competitie. Het is een stijl die veilig kan worden geleerd, omdat de technieken geen kwetsuren toebrengen aan de aanvaller. Het doel is niet om iemand te verwonden, maar om hem te controleren.
Bij een uitdaging is de eerste respons om de agressor te negeren en verdere confrontatie te vermijden. Eigen zelfverzekerdheid, terughoudendheid en zelfbeheersing zijn daarbij de meest krachtige wapens.
Geen weerstand bieden
Het Japanse woord jū kan worden vertaald als zacht, soepel, flexibel, buigzaam of meegaand. Onder jūjutsu verstaan we krijgskunsten die de kracht van een tegenstander manipuleren, eerder dan ze met meer kracht te beantwoorden. Bij Hakkō Ryū is het zaak om je inschikkelijk op te stellen ten opzichte van een belager.
Reeds in het prille begin van de loopbaan wordt verwacht dat fysieke kracht wordt losgelaten, wat automatisch leidt tot een ontspannen houding ten aanzien van een eventuele aanvaller. Door de impuls tot een frontale confrontatie te bezweren worden de eigen mogelijkheden aanzienlijk vergroot.
Wanneer het principe van “niet uitdagen” geen oplossing meer biedt en een handgemeen onvermijdelijk wordt, is het beter om tijdens het uitvoeren van technieken geen gebruik te maken van spierkracht, omdat dit de correcte uitvoering ervan in de weg zal staan. In plaats daarvan is het zaak om jezelf instinctief te ontspannen wanneer de aanval komt.
Kracht is bij Hakkō Ryū geen essentieel element. Dit staat in schril contrast met sommige andere scholen, waar veel tijd wordt besteed aan het oefenen van complexe lichaamsbewegingen die grote lenigheid en vaak ook veel forsheid van de beoefenaar vereisen. Hakkō Ryū maakt uitsluitend gebruik van natuurlijke lichaamsbewegingen die geen extra training vergen. Dit maakt de technieken toegankelijk voor iedereen.
In de dōjō worden de aanvankelijk eenvoudige technieken steeds herhaald. Telkens opnieuw wordt de neiging tot kracht opgegeven: op deze manier wordt ontspanning een instinctieve reactie. De bewegingsvrijheid wordt groter, de omgang met pijn verbetert, en het wordt moeilijker om gecontroleerd te worden. Voor een aanvaller die kracht gebruikt is het tegengestelde waar. Tenslotte zal de intuïtieve staat van ontspanning helpen om helder te blijven denken in moeilijke situaties.
Niet kwetsen
Je bent ongetwijfeld bekend met zelfverdedigingstechnieken die een aanvaller zwaar kwetsen, zoals een elleboogstoot naar het hoofd, een kniestoot naar het kruis, enzovoort. Niet veel mensen daarentegen weten hoe ze zich effectief kunnen beschermen zonder hun aanvaller ernstig te verwonden. Hakkō Ryū-technieken zijn hier net wel voor ontworpen. Er worden geen acties overwogen die botbreuken, bloedingen en andere letsels met mogelijk ernstige gevolgen kunnen veroorzaken.
shodai Sōke vertrok van een humaan uitgangspunt. Zijn “zachte” technieken werden ontworpen om een aanvaller te ontmoedigen of eventueel te arresteren. Ze kunnen weliswaar zeer pijnlijk zijn, maar deze pijn is steeds van voorbijgaande aard. Het doel is om een opponent in verlegenheid te brengen met verfijnde en kordate techniek.